De stamrecht BV en de fiscus

Wie een stamrecht BV opricht moet voldoen aan een aantal fiscale regels. Bij oprichting is samenspraak met de fiscus vereist, maar ook tijdens het beheren van de stamrecht BV krijgt u regelmatig te maken met de fiscus.

Oprentingsverplichting

De oprentingsverplichting wordt opgelegd door de fiscus. Feitelijk verplicht de fiscus de stamrecht BV om jaarlijks het stamrechtkaptiaal op de balans op te renten (te laten toenemen) met een x%. De fiscus probeer hiermee te voorkomen dat een ontslagvergoeding via een stamrecht BV constructie kan worden weggesluist zonder dat er ooit belasting over is betaald.

Oprentingspercentage
Voor het oprenten van het stamrechtkapitaal kunt u kiezen tussen het daadwerkelijk behaalde rendement of voor een vast percentage per jaar.
De optie om op te renten met het daadwerkelijk behaalde rendement, is alleen van toepassing als u uw geld investeert in beleggingsfondsen. In andere gevallen zult u moeten kiezen voor een vast percentage. Dit percentage is meestal 4% en bepaald door de fiscus. In overleg met de fiscus kan er voor een ander (lager) percentage worden gekozen.
De keuze voor de manier van oprenten wordt bepaald bij het oprichten van de stamrecht BV.

Vennootschapsbelasting

Indien de stamrecht BV na aftrek van de kosten meer rendement maakt dan waarmee het stamrechtkapitaal wordt opgerent, dan is er sprake van winst. Deze winst wordt belast met 'vennootschapsbelasting'.

Periodieke uitkeringen

Bij aanvang van uw stamrecht BV komt u overeen met de fiscus dat u uiterlijk op uw 65ste start met het periodiek uitkeren van het (opgerente) stamrechtkapitaal. De ontslagvergoeding (stamrecht) is bruto gestort in de stamrecht BV, daarom zijn de periodieke uitkeringen belast met loonbelasting. U zult dus over iedere uitkering die de stamrecht BV doet loonbelasting moet inhouden en afdragen.

Minimale duur van de periodieke uitkeringen
De duur van de uitkeringen wordt bepaald door de zogeheten sterftetabellen. In deze tabellen wordt gekeken bij welke leeftijd en duur van de uitkeringen de kans dat de begunstigde komt te overlijden tenminste 1% is. Deze fiscale regel vloeit voort uit het verzekeringsstelsel, waarin er altijd sprake moet zijn van een 'onzeker voorval',